Affiniteitsgroep

Doel van de affiniteitsgroep

 

Het doel van het groepsproces is open en eerlijk te zijn over elkaars overwegingen en keuzes, en een sfeer te scheppen waarin verheldering en verdieping mogelijk is. Alles wat menselijk is onderstreept onze verwantschap.

 

Richtlijnen

 

  1. We houden ons doel voor ogen: we zijn hier om elkaar te waarderen voor wie we zijn, niet om elkaar te beoordelen, analyseren, redden of verbeteren.
  2. We spreken af dat we openhartig vertellen wat ons bezighoudt en eerlijk zijn over wat we denken en voelen.
  3. Wanneer er een oordeel over iemand in ons opkomt, zijn we ons daarvan bewust en vervolgens brengen we onze aandacht rustig terug naar degene die aan het woord is.
  4. We fungeren niet als stoorzender in het proces van een ander. We geven degene die aan het woord is onze onverdeelde aandacht. We gaan er niet doorheen zitten praten.
  5. Nadat iemand is uitgepraat, nemen we enkele ogenblikken stilte in acht uit respect en erkentelijkheid voor wat er gezegd is.
  6. Niemand heeft het monopolie op de tijd en aandacht van de groep. We maken tijd en ruimte voor anderen in de groep die minder aan het woord zijn geweest dan wijzelf.
  7. We doen ‘ik-uitspraken’ in plaats van ‘jij-uitspraken’. We nemen allemaal verantwoordelijkheid voor onze eigen ervaringen en gevoelens en respecteren de ervaringen en gevoelens van anderen. We schrijven geen ‘eigen’ betekenis toe aan wat een ander heeft verteld.
  8. We gaan onze pijn of boosheid niet verbergen. We zijn er eerlijk over, zonder anderen verantwoordelijk te stellen voor hoe wij ons voelen.
  9. Wanneer iemand ons iets over zijn gekwetste gevoelens of boosheid vertelt, erkennen we dat die ander zich zo voelt. We gaan ons niet verdedigen of onze eigen woorden of daden rechtvaardigen. We zeggen welke gevoelens bij ons boven komen.
  10. We blijven in het hier-en-nu. We komen niet met het verleden of de toekomst aanzetten, tenzij dat op dit moment voor ons speelt.
  11. Alles wat er in de groep gezegd wordt, blijft vertrouwelijk.
  12. We houden de stilte in ere, in het besef dat die ons de kans biedt nog intenser bezig te zijn met onszelf en anderen.
  13. Wanneer we het idee hebben dat de groep zijn doel uit het oog verliest, vragen we om een ogenblik stilte, zodat de groep zich weer kan concentreren en iedereen weer weet met welk doel we bijeen zijn.
  14. Vanuit het besef dat we dit proces niet perfect zullen doorlopen, zijn we mild voor onszelf.

 

Bron: Paul Ferrini in een bewerkte versie